
Met
Eilandgasten brak Vonne van der Meer definitief door, maar insiders wisten haar verhalen en romans al langer op het juiste niveau in te schatten. "Vonne van der Meer behoort tot de weinigen die in staat zijn een perfect verhaal te schrijven, zoals ze met haar debuut
Het limonadegevoel bewees," schreef Tom van Deel al in 1993 in
Trouw. "Vonne der Meer schrijft verhalen die stevig in elkaar zitten, thematisch een grote samenhang vertonen, spannend en diepgaand zijn, en die bovendien prachtig zijn geschreven."
Vonne van der Meer werd in 1952 in Eindhoven geboren. Ze was het jongste kind in een gezin van drie. Haar moeder was een fanatieke lezer die haar kinderen veel en graag voorlas. De familie verhuisde naar Laren, waar Van der Meer na de lagere school de MMS bezocht. Omdat ze zich bij de lessen Nederlands onderscheidde bij het opstelschrijven mocht Van der Meer bij haar eindexamen verhalen inleveren. Na haar eindexamen ging ze een jaar naar een high school in de Verenigde Staten, waar haar liefde voor het toneel werd aangewakkerd door de acteerlessen die ze volgde. Twee jaar later werd ze toegelaten tot de regieafdeling van de Amsterdamse Theaterschool. Tijdens deze opleiding bleef ze eigen werk schrijven: verhalen, toneel, schetsen. Al snel werd ze de belangrijkste tekstleverancier van haar klas: "Als er voor koninginnedag een straattheaterstuk gemaakt moest worden, bewerkte ik in één nacht een sprookje. Als twee medeleerlingen een stuk zochten om samen aan te werken, maar niks konden vinden dat bij hun leeftijd en mogelijkheden paste, schreef ik het. Daar ontdekte ik ook dat het niet verstandig is je eigen werk te regisseren. De afstand ontbreekt dan. Als een scène niet meteen lukt, ben je geneigd meteen te gaan herschrijven, in plaats van de acteurs een andere opdracht te geven."
In 1976 werd Van der Meers monoloog
De behandeling door toneelgroep Centrum op het repertoire genomen. In 1978 sloot ze haar toneelopleiding af en werd regieassistent van Franz Marijnen bij het RO-theater. Al snel regisseerde ze zelf stukken van Goethe, Osborne, Frisch en een bewerking van Plato's Symposium. Daarna regisseerde ze een kleine tien jaar bij uiteenlopende gezelschappen als Baal, Centrum, De Haagse Comedie en het RO-theater. Bij het laatste gezelschap ging in 1996 ook haar toneelstuk
Weiger nooit een dans in première.
Van der Meers verzamelde verhalen uit
Hollands Maandblad werden in 1987 gebundeld tot haar debuutbundel
Het limonadegevoel en andere verhalen. Daarna publiceerde ze om de twee jaar een boek: romans, verhalenbundels en een novelle. De bekendste daarvan is
Eilandgasten (1999), een roman-in-verhalen waarin de huurders van het vakantiehuisje Duinroos op Vlieland vertellen wat hen van elkaar scheidt en wat hen bindt. De overpeinzingen van de vakantiegasten worden met elkaar verbonden via het huisje, het gastenboek en de verhuurder van het huis, een oudere vrouw. "Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren, mijn ogen de ramen. Dat ik kon zien en horen wat Duinroos meemaakt."
In haar romans en verhalen heeft Van der Meer een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. In het begin schreef ze, net als haar generatiegenoten Hermine de Graaf, Tessa de Loo en Renate Dorrestein, voornamelijk vanuit vrouwelijke ik-figuren, zoals het jonge meisje Prikkebeen in
Een warme rug (1987), dat de verliefdheid op een jonge man ziet stranden omdat haar eigen moeder hem verleidt. Ook
De reis naar het kind uit 1989 heeft een vrouwelijke hoofdpersoon, Julia, die kinderloos is en daarom op zoek gaat naar een adoptiekind uit een ver land. In
Zo is hij is er voor het eerst een mannelijke hoofdpersoon en verteller: Lucas Vlieger, wiens leven uit balans raakt als hij een mysterieuze brief ontvangt. Vlieger krijgt langzamerhand het idee dat zijn leven wordt bepaald door een almachtig iets.
Na deze roman zullen vooral mystiek, ethiek en religie een belangrijk thema worden. De veelgeprezen novelle
Spookliefde, die geheel in Ierland speelt, is aan de oppervlakte een parallel liefdesverhaal van een toeriste en een Ierse vrouw, maar het mysterieuze landschap en het alomtegenwoordige katholicisme verwijzen naar veel diepere thema's. Ethische kwesties worden na deze novelle niet meer geschuwd, zoals euthanasie in het verhaal 'Bericht uit de bezemkast' uit de bundel
De verhalen uit 1997. In de verhalenromans
Eilandgasten en
De avondboot komt alles bij elkaar: mannen, vrouwen, kinderen, ouderen, gedachten over abortus, overspel, liefde, ziekte en levensbeëindiging. Tom van Deel in
Trouw: "Hoe vreselijk het effect kan zijn van een terloopse opmerking, bewijst het verhaal van de twee zusters. De oudste beweert dat hun moeder tijdens haar zwangerschap van de jongste heeft geprobeerd het kind kwijt te raken. Het zijn dit soort aardverschuivingen in het wereldbeeld van haar personages waar Van der Meer op uit is, ze wil met haar verhaal onderzoeken wat zo'n opmerking teweegbrengt, ze wil zich inleven in de getroffene. En ook, trouwens, in degene die zich verspreekt. De wendingen die dit verhaal maakt, zijn onvoorzien maar volstrekt geloofwaardig."
Eilandgasten en
De avondboot werden in 2001 tot een trilogie afgerond met de verschijning van
Laatste seizoen, waarin wederom het pension Duinroos centraal stond, het huis met "een inrichting die doet denken aan die van Oost-Duitse appartementen", aldus Judith Janssen in
de Volkskrant. Het huis en zijn omgeving dwingt alle gasten tot nadenken. Janssen: "Duinroos is een cocon waaruit de gasten gelouterd tervoorschijn komen." Elsbeth Etty zag in de verhalen in dit laatste deel van de eiland-cyclus "parafrases van bijbelverhalen, waarin gewone, aardige mensen worstelen met de geboden op een van de tien geboden." Etty was minder onder de indruk van
Laatste seizoen dan de eerste delen. "Van der Meers verhalen sprankelen niet meer en herbergen geen verrassingen. Er valt maar één keer te lachen. Over een zachtmoedige huismoeder die haar vakantie op Vlieland vult met waterverven wordt opgemerkt: `Als ze niet meer menstrueren gaan ze aquarelleren.'"
Hoewel Van der Meer nog geen grote literaire prijs heeft gewonnen - alleen haar eerste verhalenbundel werd bekroond met de Geertjan Lubberhuizenprijs - wordt ze vrij positief beoordeeld door de kritiek en heeft van meet af aan veel lezers gehad. "Feitelijk heeft Van der Meers werk meer overeenkomsten met een schrijver als Frans Kellendonk. Niet alleen vanwege de mystiek-religieuze belangstelling, maar vooral vanwege hun gedeelde visie op het schrijverschap. Schrijven is onderzoek, het stellen van een probleem en het analyseren daarvan tijdens het schrijven. "Al schrijvend leer ik mijn eigen gevoelens begrijpen. Ik schrijf niet iets van me af, maar naar me toe."
Vonne van der Meer is getrouwd met de schrijver Willem Jan Otten met wie ze twee zoons heeft.