BOEKEN

heldenjaren

 

In afwachting van zijn definitieve bestemming had Herman Visch besloten zich een passant te voelen, iemand die op doorreis tijdelijk ergens was blijven hangen. Deze pose, waar hij op zeker moment zelfs in begon te geloven, was bij hem opgekomen toen zijn ouders en zusje naar Canada gingen emigreren en ze met z'n allen, omdat het huis al was leeggehaald, in het plaatselijke hotel Havenzicht logeerden. Herman zou weliswaar achterblijven, maar had, om in een soort vaarwelstemming te komen en de onrust van het voorgoed verlaten te ervaren, zo lang mogelijk gedaan alsof ook hij de grote oversteek ging maken. Daarom waren zijn spullen inmiddels verscheept en had hij van de meeste van zijn vrienden reeds `voor altijd' afscheid genomen.

     Zijn enige bezit in de vreemde dagen voor het zogenaamde vertrek was een koffer, zo'n stijlvol reizigersexemplaar met leren riemen en ijzeren gespen. Met deze koffer ondernam hij iedere avond zijn schijnreis naar Havenzicht. Hij had hem evengoed op de hotelkamer kunnen laten staan, maar het was juist de koffer die hem het zo begeerde gevoel van ontheemding verschafte. Het was alsof hij los raakte van zijn omgeving en iemand anders werd.

     Alleen voortgaand door de eens zo vertrouwde straten, waande hij zich iemand van elders, een nogal interessante vreemdeling.

     Het was zaak dat hij tijdens deze exercitie in onthechting geen bekenden tegenkwam, want een keer had een jongen van school die hem tegemoet fietste met een joviaal `Hé Vissie!' de hele stemming bedorven.

     Ook zijn ouders, die op de achtergrond nog steeds aanwezig waren, hinderden hem bij het wegdromen. Al zouden zij werkelijk vertrekken, hij vond toch dat zij niet de juiste houding hadden. Om onduidelijke redenen bleven ze zo lang mogelijk, tot het helemaal donker was, op geleende klapstoelen in het lege huis zitten.

     Uit angst dat er op het allerlaatste moment nog iets mis zou gaan, hadden de zenuwlijders hun zaakjes veel te vroeg op orde gebracht. Ze hadden geredderd en gejakkerd en vertrouwden het niet dat er nu niets meer te ondernemen viel. Op jachtige toon namen ze telkens lijstjes door van dingen die ze niet mochten vergeten, hoewel ze, als ze rustig zouden nadenken, konden weten dat alles al lang weg was en gedaan. Maar nee hoor, de hele inventaris somden ze op, het adressenbestand, de agenda, vrachtbrieven, de belastingwet, vertrektijden van schepen, vliegtuigen en treinen. Het waren koffers die werden leeggestort en ingepakt en leeggestort zonder dat iemand wist wat er werd gezocht.

     Hermen ergerde zich blauw aan deze druktemakerij om niks. Hij wou dat ze eens ophoepelden, in plaats van zich zo zinloos vast te klampen aan wat er al niet meer was. Ze moesten tóch weg. Zolang ze zo krampachtig aanwezig wilden blijven, kon hij zich niet onbekommerd overgeven aan het gelukzalige gevoel los te zijn.

     Ze bedierven het geniale van de hele opzet: weg te zijn en toch niet te hoeven vertrekken. Hoe vaak had hij er niet van gedroomd weg te gaan, weg, weg, en te ontsnappen aan de benauwenis van een leven dat vaststaat van uur tot uur. Maar weggaan betekende altijd ergens heen gaan, en als hij aan dit `ergens' dacht, overviel hem een grote moedeloosheid. Alle plaatsen waar hij heen kon gaan schenen zo willekeurig. Het leek hem beter om, zolang hij nog niet wist wat hij wilde, te wachten. En daarom was het zo'n uitkomst geweest dat zijn ouders en zijn zusje vertrokken naar hun overzeese bestemming, hem achterlatend met een koffer en een onbelemmerd verlangen.

     Nu hij dit overdacht, zou hij hen wel willen omhelzen, zo'n medelijden had hij opeens omdat ze alles moesten verlaten en ergens heen moesten waar alleen vreemden waren en waar ze misschien voor altijd eenzaam zouden zijn. Hij zou hen ervoor willen behoeden, hoewel hij toch liever had dat ze gingen.

     Hij zou er niet tegen opzien om te gaan, als het moest, hij zou zelfs alleen gaan, gesteld dat hij zou willen.

     En toen hij met zijn koffer naar het hotel liep, was het inderdaad alsof zij zouden achterblijven en hij in zijn eentje de verte in ging.


BOEKEN

ON TOUR

CONTACT

BIO 1 | BIO 2 | BIO 3 | BIO 4 | BIO 5 | BIO 6 | BIO 7

WWW.VLADIWOSTOK.NL