BOEKEN

het zesde bedrijf

 

Om te weten wat geluk betekent moet men de jaren rondom 1789 hebben meegemaakt.

Talleyrand


Vooraf was niets dan goeds voorzien, de euforie zong in de
straten. Op de muren van de Rue St-Honoré tot aan de
schuttingen der Hallen, van de faubourg St-Antoine tot aan
het Palais-Royal, overal werden dagelijks de nieuwste vrijheden geafficheerd. Maar aan de lantarens die hen verlichtten, bungelden de gehangenen, hoed af, de nek geknakt. Lugubere entr’acte in de komedie van de rede, niet erg amusant. Het publiek stond op de banken, genietend, gelovend in wat komen ging. Het was niet te hopen dat er voor misdadigers werd geapplaudiseerd. Dit was Parijs, de barbaren
woonden elders. We schrijven a.d. 1792, aan de vooravond van het Jaar i volgens de nieuwe, revolutionaire telling.
Een gelukkige afloop lag onverminderd binnen bereik,
verzekerden de volksvertegenwoordigers, berichtten de
kranten, bespraken de burgers en schreeuwde het volk.
Iedereen wilde het goede – al zegevierde (curieus!) vooralsnog
het verderf.


DAME IN BAD


Nooit was de waarheid zo dichtbij geweest, toch werd de
wereld er alleen maar beroerder op. Zeker...
Maar de philosophie kon Etta voorheen barones d’Aelders
vanochtend gestolen worden. Ze zat in bad en bestudeerde
nadenkendhaar weelderige vormen.Als het kippenvel
kwam opzetten, riep zij haar kamenierster, die op het
fornuis in de grote kookpan het water op temperatuur
hield. ‘Encore, Madame?’ En dan – piano, piano – die ai! net
iets te hete straal die het oude badwater zo héérlijk opwarmde.
Het kind moest van haar altijd twee lampetkannen
tegelijk meetorsen, want de tweede stroom was de lekkerste.
Die was luxe, en in de overbodigheid van de weelde
school het genot.
Baden heette het privilege der nimfen te zijn, en hoewel
de zelfverklaarde barones te doorleefd en te voluptueus was
geworden om zich met zulke efemere waterprinsesjes te
kunnenmeten, vond ze haar lichaamnog wulps en vrouwelijk
genoeg voor de eredienst aan het lichtzinnige plezier.
Haar boezem hing breed en boers als bij een oude min,
maar de doorschijnend blanke huid, waaronder het zachte,
kalme blauw der aderen marmerde, kon met behulp van
een korset zelfs jonge mannen nog steeds tot onvoorzichtigheid
verleiden. Zonder kunstmatige ondersteuning ontbrak
de juiste balans tussen ronding en bolling, resteerde er
slechts veelheid des vlezes.Daaromverachtte zij denieuwe
mode, à la Nature, die het ongepolijste prefereerde. Hoe
Mme Roland erbij liep, geen gezicht! Maar dat petieterige
mens had ook niets wat verbeterd kon worden. Nee, een
‘natuurlijke’ vrouw was een ennui. Zelfs het fraaiste lichaam eiste sturing.OokRousseau had dat toegegeven. Pas
in de beheersing van de natuur ontstond de dame – zoals
een diamant geslepen diende te worden om te kunnen
schitteren.
De dame was de triomf der beschaving. En de kroon op
het werk was – merde, de kapper! Helemaal vergeten. Maître
Arthur kon zich elk moment laten aandienen.Wegsturen
was echter uitgesloten. Ze had een kaartje voor de Assemblée
kunnen bemachtigen, loge nog wel, dus ze moest
er beslist ravissant uitzien. Aan het werk! Groot en bloot
rees ze uit het water op en stapte van de consternatie helemaal
zelf uit de badkuip, vergat nog te roepen toen ze al
druipend en rillend op het tapijt stond. ‘Mais Madame!’ De
kamenierster had het woeste golvengespartel in de garderobe
gehoord en was met een droog badlaken toe komen
snellen. Het kind moest op haar tenen gaan staan om het
overdemachtigeschouderste krijgen,wikkeldevervolgens
vaardig haar gebiedster in.
Straks, na de kapper, zou Etta zich mooi maken. Om
Maître Arthur te kunnen ontvangen schikte haar gewone
huiskleding, het déshabillé dat bestond uit deEngelse lichtgroene kamerjapon, waarop zij haar geborduurde calico
droeg, het lange vest met mouwen waarvan ze de kanten
ruches had laten verwijderen.
In de salon inspecteerde ze vluchtig haar kleding. De
spiegels waren zo gehangen dat ze zich ook van achteren
goed kon bekijken. Ze streek over haar heupen, verschikte
iets en klapte ongeduldig in haar handen.Waar blééf Arthur
nou? Nu ze aan de dag begonnen was, had ze geen zin in
getreuzel.
Het meisje gooide de luiken open, en meteen stroomde
het stadsleven binnen. Hoewel het weer bepaald nog fris
was, zeker wanneer de haard nog niet was aangemaakt –
maar daar dacht je niet aan wanneer het ochtendlicht zo
weldadig binnenviel en alle dingen een zachte glans verleende. Beneden in de straat de vrolijke onrust van ratelende
wielen, paardenhoeven, zweepslagen, schreeuwende
voerlui, scheldende koetsiers, vloekende sjouwers–het hele
gedrangvan karren, rijtuigen en cabrioletjes dat zich door
haar straatje wurmde en zich verderop, bij de oude stadsmuur,
klemreed voor de Porte Gaillon. Uit de verte, van de
grote rij- en wandelboulevard om de hoek bij de nieuwe
Comédie Italienne, hoorde ze vaag de echo’s van hamers en
beitels, triomfantelijke nijverheid der nieuwe rijken, die
daar aan de noordelijke stadsrand hun folies lieten neerzetten,
hun burgermanspaleisjes met Engelse tuinen, cupidoprieeltjes
en tempeltjes voorVoltaire. Er werd daar ergens
zelfs een Chinese pagode gebouwd, stel je voor!
Met genoegen constateerde Etta dat haar nieuwe buurtje
in korte tijd à la mode was geraakt, zoals de zelfbenoemde
barones haar leven lang bij toeval op de juiste plaats terechtgekomen was.


BOEKEN

ON TOUR

CONTACT

BIO 1 | BIO 2 | BIO 3 | BIO 4 | BIO 5 | BIO 6 | BIO 7

WWW.VLADIWOSTOK.NL